Geschiedenis van het spel
Dobbelstenen liggen ongetwijfeld aan de basis van kans- en gokspelen. Het gebruik van dobbelstenen, oorspronkelijk in de vorm van beentjes, gaat terug tot in de nacht der tijden en is in alle culturen van onze wereld doorgedrongen. Dobbelstenen vinden we zowel in religieuze gebruiken (India, Germaanse mythologie, …) als in de filosofie (Plato, Socrates, …) terug.
De kansspelen maakten deel uit van een magische wereldvisie die op tal van manieren de toekomst wilde kennen. Tijdens de hongersnoden op het platteland (1600) kregen de kansspelen zelfs een bijzondere betekenis waarin de waarzeggerij (god-geluk), de hoop die iedereen koesterde, en de werkelijkheid zoals die beleefd werd, samenkwamen.
Een andere dimensie van het spel was die van de weerwraak op het leven. De arme boer die in het spel een veel rijkere dorpeling overwon, putte daar een grote voldoening uit.
Het geluk was immers een van de zeldzame elementen die een plotselinge wending mogelijk maakte in een samenleving van tekorten waar de sociale bakens nauwelijks bewogen (sociale mobiliteit).
We wijzen erop dat dit aspect nog altijd niet verdwenen is. Denken we maar aan Euromillions, een spel dat vooral bij minder gegoede bevolkingsgroepen aanslaat.
Nadat de kansspelen in de Middeleeuwen verschillende keren verboden waren, doken ze in de 16e eeuw weer in Europa op. In Frankrijk viel hun terugkeer samen met de financiële behoeften van de staat om oorlog te kunnen voeren (François 1, 1515-1547). Kansspelen werden nadien snel een modefenomeen.
De loterijen boden financiële mogelijkheden waar op verschillende manieren gebruik van werd gemaakt. In het Engeland van de 16e eeuw werden bijvoorbeeld de expedities naar Amerika met de loterijontvangsten gefinancierd. In het 18e-eeuwse Frankrijk werden de winsten voor liefdadigheidswerken gebruikt en om ziekenhuis, kerken, enz. te bouwen.
In België werd de 'Koloniale Loterij' (die nu de Nationale Loterij geworden is) in het leven geroepen om een budgettair tekort als gevolg van de kolonisering van Kongo op te vullen. Het duurde dan ook lang voor de staat er behoorlijke winst mee maakte. Geleidelijk aan groeide wel het aantal spelers, enerzijds door de interesse van de media en anderzijds door de almaar betere organisatie van de loterij. En in 1940 boekte de loterij 500 miljoen frank winst.
De eerste casino’s werden in 1626 in Venetië geopend. Venetië werd op dat moment geroemd als de hoofdstad van het spel.
In België opende het eerste casino in de 18e eeuw zijn deuren. Dat was in Spa, het stadje waar ook de eerste paardenraces op het Europese vasteland gereden werden.
In de 19e eeuw mochten casino’s alleen buiten de steden gebouwd worden, om de bevolking tegen de verleiding van het spel te beschermen. Brussel waar het negende casino van het land gevestigd is, is een van de weinige grote steden met een casino in het hartje van de stad.