Getuigenissen
De getuigenis van Nathalie downloaden : « Is mijn leven niet meer dan een spel » of « eens speler … altijd speler »
Icare, 28 jaar :
Verslaafde speler, in een fase van onthouding. Hij is in Parijs op zakenreis. ’s Avonds in het hotel weet hij niet wat gedaan. Plots wordt de zin om te spelen onweerstaanbaar. Hij zoekt tevergeefs een casino. Ten einde raad gaat hij naar het noordstation en neemt hij de eerste Thalys naar Brussel. Het is 20 uur. Zodra hij in Brussel is, gaat hij naar zijn vertrouwde speelzaal. Hij geeft er al zijn geld uit. Hij gaat naar huis en verrast zijn vrouw met zijn onverwachte bezoek: “Ik heb je gemist!”
Marie-Madeleine, 44 jaar:
Speelster, verslaafd. Ze komt naar een eerste informatiegesprek over de therapie voor spelverslaafden. Ze is op door het spelen en vooral door haar grote verliezen. Het is ochtend en ze ziet er stralend uit in een elegante blouse van zwarte zijde, een bijpassende broek in zacht fluweel en glanzende open schoentjes. Ze draagt gouden halskettingen en ringen. Omdat ik verwonderd ben over zoveel elegantie en verfijning op dat uur van de dag, vertrouwt ze me toe dat ze in de namiddag van plan is om naar het casino van Namen te gaan.
Brutus, 25 jaar:
Verslaafde speler, in een fase van onthouding. Hij begint met de therapie nadat hij een vrouw van 60 aangevallen had. Daarbij had hij haar brutaal omgeduwd om haar handtas weg te ritsen. Met het geld had hij willen spelen. Voor Brutus was het onmogelijk om die impuls te controleren. Hij begrijpt niet wat over hem gekomen is. In zijn verhaal lijkt het geweld aanwezig te zijn als een manier om op momenten van frustratie te communiceren.
Brutus werd veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf met uitstel en tot 150 uur gemeenschapswerk. Hij legt zich niet neer bij het vonnis en wil in beroep gaan omdat hij de indruk heeft dat zijn advocaat niet genoeg de nadruk gelegd had op het psychopathologische aspect van de speelverslaving, en dat “Mevrouw de rechter” dat evenmin begrepen had. “Ze was trouwens even oud als het slachtoffer,” preciseert hij. De beroepsprocedure structureert zijn denken en stelt hem in staat om zijn verdediging beter voor te bereiden. Ze versterkt tegelijk ook de noodzaak om van het spel af te blijven. Hij wil voor iedereen uitleggen wat zijn speelverslaving betekent, zijn “ludopathie” zoals zijn advocaat wel eens zei.
Wettelijk gezien loopt hij de kans op een gevangenisstraf van minstens 5 jaar voor agressie met geweld, gepleegd om te spelen. Het beroep toch maar wagen? Het onweerlegbare argument dat hem tot die stap aanzet, is duidelijk maken dat het slachtoffer misschien wel heel haar leven de psychologische gevolgen zou dragen, maar dat hij, Brutus, een strafblad zou hebben – wat wel van een enigszins beperkte visie getuigt.
Arsène, 40 jaar:
Verslaafde speler en verplicht zich te onthouden. Zijn speelgedrag heeft Arsène een gevangenisstraf van 22 maanden opgeleverd voor oplichting en verduistering van 675.000 euro. Een van de bepalingen bij zijn voorwaardelijke vrijlating was dat hij een therapie moest volgen. Na twee jaar van regelmatige interviews, is het verlangen om te spelen weer heel sterk. Hij heeft nieuwe leningen aangegaan en opnieuw gespeeld. Dankzij de opgelegde therapie kan hij vermijden om tussen twee sessies te spelen. Dat is zijn enige referentiepunt.
Bij elke terugval bedenkt Arsène een nieuwe oplossing om geld te vinden, om zijn schulden te betalen, om zijn speelzucht te verbergen. “Ik ben een tovenaar!” vertelt hij in al zijn optimistische jovialiteit.
Zijn evolutie? Voordien zei hij niets over de keren dat hij weer herviel. Nadien vertelde hij erover. Vandaag ziet hij ze aankomen en kondigt hij ze aan. Therapeut of medeplichtige?
Ovide, 28 jaar:
Verslaafde speler, in een fase van onthouding. Hij is vijftien minuten te vroeg op de afspraak. Hij vertelt me dat hij hervallen is en dat hij daarbij 2.250 euro gewonnen heeft. Een vergelijkbare episode was hem verscheiden maanden daarvoor ook al overkomen en had hem ertoe gebracht te blijven spelen tot hij meerdere keren 5.000 euro won. Nadien verloor hij plots en op een onomkeerbare manier al zijn bezittingen. Op dat moment van het gesprek zegt hij dat hij niet geconfronteerd wordt met een impuls om te spelen, maar dat het geluk hem toelacht en dat hij in principe nog meer gaat winnen, op voorwaarde dat hij onder de drempel van 5.000 euro blijft. Het is waar dat de impuls niet duidelijk was, maar het ging om een mentale herstructurering om te kunnen blijven spelen. De beslissing om te stoppen met spelen, had geen zin meer. Waaraan konden we nog werken? Het therapeutische contract werd stopgezet omdat de afspraken geschonden waren. Het gesprek heeft tien minuten geduurd. Op het moment dat het interview had moeten beginnen, gingen beide partijen uit elkaar. Ovide werd nog eens gewezen op de noodzakelijke voorwaarden om het contract weer op te nemen. Het honorarium werd niet betaald.
Marie, 34 jaar:
Verslaafde speelster, in een fase van onthouding. Ze stelt elke dag haar beslissing om met spelen te stoppen weer uit, nadat ze verscheidene keren hervallen is. Die formulering van de beslissing is de sleutel tot het begin van haar therapie. Op een avond horen we haar beslissing op onze gsm: “Het is Marie: het is zover! Jawel!”
Melchior, 28 jaar:
Verslaafde speler, in een fase van onthouding. Toen ik op het uur van de afspraak naar hem uitkeek, zag ik een jongeman die fysiek een metamorfose ondergaan had. Vroeger droeg hij altijd een pruik, maar nu stond hij daar rechtop met geschoren hoofd. De pruik had hij in de vuilnisbak gegooid omdat hij beslist had zijn uiterlijk te aanvaarden. Hij weigerde nog zijn kaalhoofdigheid, die hij al had van toen hij 17 was, te verbergen.
Op dat moment, in die sfeer van eerlijkheid, kreeg hij “per toeval” te horen dat zijn moeder hem smeekte om haar wat geld te lenen om te overleven. Ze is echter een verslaafde speelster. “Nee, zij niet!”
Balthazar, 32 jaar:
Verslaafde speler, in een fase van onthouding. Toen hij besliste om het spelen te laten, liet hij meteen ook het gebruik van alcohol en tabak en zijn bezoekjes aan prostituees. Het was alles of niets. Als hij één van die andere verslavingen weer zou opnemen, zouden volgens hem de andere ongetwijfeld volgen. Hij steekt zijn energie nu in het zwemmen. Hij trekt baantjes, een honderdtal per sessie. ’s Zaterdags wil hij tweehonderd baantjes trekken, ’s zondags ook. Men houdt een baan voor hem vrij en hij zwemt 4 à 5 uur.